In deze rubriek schrijft onze huisanalist Marco over een bijzonder verhaal uit het grote mondiale schaakarchief om iemand of iets in de schijnwerpers te zetten. Waar rollen wij deze week de rode loper voor uit? Vandaag deel V.
Laten wij vandaag beginnen met een korte meditatie-sessie. Ga rustig zitten… ontspan je lichaam… adem rustig in en uit… Sluit je ogen en visualiseer… een schaakbord… met 64 velden… Focus je op de stukken… de pionnen… in de hoek staat een toren, daarnaast een paard… En stel je een vooruitgeschoven pion voor… een loper die je naar buiten brengt… En vestig je aandacht op de koning… zou dit een goed moment zijn om te rokeren? Welke zetten heeft mijn tegenstander gespeeld… wacht, wordt mijn dame nu niet aangevallen??
De wereld van het blindschaken is er een die mij persoonlijk al tijden intrigeert, al is het alleen maar omdat één partij die ik jaren geleden tegen een FIDE-meester heb mogen spelen uiteindelijk heeft geleid tot een herleefde interesse in deze prachtige denksport. Dat hij met zijn rug naar het schaakbord moest zitten, leek voor hem geen enkele belemmering om mij vakkundig te vernederen. Naar aanleiding van de opening van de Paralympische Winterspelen dit weekend lijkt mij dit een mooi moment om een diepere kijk te nemen op deze spraakmakende variant.
Eerst even de basis: Hoe gaat dit precies in zijn werk? Meestal vertoont een blindschaker zijn kunsten tijdens een demonstratiepartij. De tegenstander kan het bord dan dus wel gewoon zien. Om geen misverstand te laten ontstaan over welke zetten er gespeeld zijn, worden deze vaak op soortgelijke manier gecommuniceerd als bij zetnotatie. Bijvoorbeeld: “ik speel de pion van d2 naar d4”, of “ik speel mijn toren van a8 naar d8”. Dat kunnen soms behoorlijk lange zinnen worden: “met mijn paard van e5 sla ik jouw loper op c4, waardoor mijn dame op d6 schaak geeft aan jouw koning op h2”. Probeer dat laatste maar eens voor je te zien op het onderstaande schaakbord:

Het laat zich raden dat dit mentaal gezien een veel grotere uitdaging met zich meebrengt dan ‘gewoon een potje schaken’. Des te indrukwekkender is het dan ook wanneer dit gecombineerd wordt met een andere bijzondere tak van schaken: het simultaanschaken. Een enkele partij proberen te onthouden is al lastig genoeg, zou je zeggen, maar er zijn spelers die tientallen wedstrijden tegelijk kunnen spelen in een blind simultaan. De in Oezbekistan geboren Timur Gareev – die helaas net buiten de boot viel voor een vermelding in een eerder artikel – speelde eind 2016 maar liefst 48 partijen gelijktijdig blind, waarvan hij er 35 ook wist te winnen. Dit deed hij overigens fietsend op een hometrainer.
Vandaag de dag zijn er wel meer mensen die aardige dingen kunnen laten zien op een schaakbord, zonder dat zij het zelf zien. Vroeger was dat wel anders; het werd vaak al beschouwd als een mirakel op zich wanneer iemand ook maar één partij kon volhouden. Gaf iemand een blind simultaan ter demonstratie, dan vielen er toeschouwers flauw. In 1858 deed Paul Morphy dit in Parijs tegen de acht beste schakers van de stad, einduitslag: 6 keer winst en 2 keer gelijk. Voor de duidelijkheid: die zes overwinningen gingen dus naar Paul Morphy, hét gezicht van de Romantiek in het schaken.
Wil jij meer lezen over Paul Morphy, of over de Romantiek, neem dan gerust een kijkje in dit artikel!

Wie mogelijk nog wel meer bewondering verdienen dan mensen die blind kunnen schaken, zijn blinde mensen die kunnen schaken. Spelers die nog nooit een schaakbord of de stukken hebben bekeken en desondanks iedereen op onze vereniging (vooralsnog dan) het nakijken zouden geven; er zijn er meerdere. De sterksten in deze categorie hebben zelfs officiΓ«le schaaktitels behaald! Er worden ook toernooien georganiseerd specifiek voor blinde schakers, door de International Braille Chess Association, oftewel IBCA.
Bij die toernooien van de IBCA gaat het schaken zelf er ook weer net wat anders aan toe. Daar worden er speciale borden gebruikt die toegankelijk zijn voor blinde deelnemers: door middel van aanrakingen kunnen zij het verschil voelen tussen witte en zwarte velden, witte en zwarte stukken, om zich zo een weg te kunnen banen over het bord zonder verdwaald te raken. De beruchte aanraken-is-zetten regel wordt dan ook niet toegepast. Hoe dat er tijdens een wedstrijd aan toegaat, kun je zien in deze video.
Zo, dan zijn wij nu alweer aan het einde gekomen van deze Schaakmaat… Bedank jezelf dat je opnieuw jouw tijd en aandacht hebt opengesteld voor deze nieuwe informatie… Neem gerust de ruimte om dit allemaal een plekje te geven… En voor zij die nog behoefte hebben aan een meditatieve toegift: …de Witte koning staat op f3, de Zwarte koning op h2, een Witte toren staat op c5 en een Zwarte dame op g1. Wit is aan zet, veel succes! ππ¨
…okΓ©, ik zal jullie een handje helpen bij de oplossing van de puzzel uit het vorige artikel:


[…] op 64 velden. Daarnaast helpt het oplossen van schaakpuzzels ook enorm. Kunnen jullie de puzzel van de vorige Schaakmaat nog voor de geest halen? Zo niet, dan snappen jullie vast weer hoe lastig het kan zijn om […]