Huisregels:
- De zaal waarin de wedstrijden worden gespeeld kun je betreden vanaf de rechter zijde bekeken vanaf de bar in de Agora (zaal begane grond). Je kan de zaal verlaten vanuit de rechterzijde, vanaf het altaar/wedstrijdleiding bekeken. De looprichting is aangegeven met een pijl.
- Kinderen mogen hun jassen en tassen niet naar de zaal meenemen.
- In de zaal staan alle mobiele telefoons uit, er wordt dan ook niet in de zaal gebeld.
- Er wordt niet door het gebouw/ speelzaal gerend.
- Het gebruik van de lift is verboden tenzij noodzakelijk.
- Er worden tijdens het toernooi foto’s en filmopnames gemaakt.
- Ouders en kinderen die niet aan het schaken zijn of al klaar zijn met de partij, moeten achter de tafels blijven en mogen zich absoluut niet met een lopende partij bemoeien! (bijv. voorzeggen of aangeven dat het mat is).
- Er zijn toiletten op de begane grond (naast de garderobe) en op de eerste verdieping (achter de centrale deur achterin de zaal).
- Gooi afval in de daarvoor bestemde afvalbak.
- Voor vragen en/of opmerkingen ga naar de wedstrijdleiding.
- We kunnen geen gebruik maken van de automaten.
- Na de partij de stukken in de beginstelling.
- Alleen de wedstrijdleiding schrijft de uitslagen op.
Wedstrijdregels:
- De teams krijgen te horen bij welke tafels ze moeten gaan zitten, de tafels zijn genummerd van 1,2,3 t/m 16 voorzien van een bordje met de naam van de school, op elke tafel rij ligt ook een wedstrijdformulier met daarop de teams.
- Elke tafel heeft vier borden, het team moet aan de kant van de gelijknamige wedstrijdbordjes gaan zitten.
- Ieder team zit op de aangegeven tijd al op hun plaats zodat we precies op die tijd kunnen beginnen
- De eerste speler van het team zit aan het bord tegen de muur, de tweede speler zit aan het bord daarnaast, de derde speler aan het bord daarnaast en de vierde speler zit aan het bord bij het gangpad.
- Als een partij is afgelopen of als er vragen zijn, vingers omhoog!
- Elke partij duurt maximaal 25 minuten, na 25 minuten worden de partijen die nog niet beëindigd zijn beoordeeld door de wedstrijdleiding. (Zie richtlijnen partij beoordelen)
- De wedstrijdbriefjes worden door de wedstrijdbegeleiders en de wedstrijdleiding ingevuld vanuit de organisatie. Niet zelf invullen!
- Ieder team heeft een vaste teamopstelling, de speler op bord 1 speelt dus altijd op bord 1, de speler op bord 2 speelt dus ook altijd op bord 2 etc. Indien een wisselspeler speelt, dan speelt die altijd op bord 4 en schuiven de overige spelers op. (Indien de bord 1 speler bijv. gewisseld wordt dan schuift speler 2 naar bord 1, speler 3 naar bord 2 en speler 4 naar bord 3 en speelt de wisselspeler op bord 4)
- Tegen beslissingen van de wedstrijdleiding kan niet in beroep gegaan worden.
- Voor vragen en/of opmerkingen ga naar de hoofd wedstrijdleiding.
- We delen in volgens het systeem Zwitsers op weerstandspunten. De eindstand wordt bepaald op de volgende volgorde : matchpunten – bordpunten – weerstandspunten – bh punten – overige aan de wedstrijdleiding.
Richtlijnen voor de wedstrijdleiding Basisscholenschaaktoernooi regio Breda
- Spelers spelen in vaste opstelling gedurende de dag op bord 1/2/3/4.
- Reservespelers van teams spelen ALTIJD op het laagste bord. Andere spelers van het team schuiven dan ook een bord op richting bord 1. Voorbeeld: als van team A de speler op bord 2 een ronde niet meespeelt, zal de speler vanaf bord 3 naar bord 2, de speler vanaf bord 4 naar bord 3 en de reservespeler op bord 4 plaatsnemen.
- Een team bevat in principe minimaal vier spelers. Bij te weinig spelers, is het mogelijk een reservespeler van een ander team mee te laten spelen. Het is gewenst dat deze speler niet betrokken is bij de tegenstander van het team (bijv. reservespeler van dezelfde school), maar dit kan niet gegarandeerd worden.
- De wedstrijdleiding zorgt ervoor dat de juiste spelers met de juiste kleur tegen elkaar spelen door middel van wedstrijdformulieren en bordjes met namen en teamnummers van de scholen. Bord 1 is het bord aan de muur, bord 4 is richting het midden van de zaal.
- De wedstrijdleiding noteert de uitslagen. Bij een ‘Bye’ (geen tegenstander) wordt er een “1” genoteerd en wint het team met 4-0.
- De wedstrijdleiding zorgt dat de partijen rustig en eerlijk verlopen en houdt omstanders op afstand. Ook proberen we zo stil mogelijk te zijn en kan de wedstrijdleiding mensen verzoeken weg te gaan om rust te behouden.
- De wedstrijdleiding grijpt niet in bij onreglementaire zetten. De wedstrijdleider reageert in principe alleen op een vraag van de spelers. Wedstrijdleiding grijpt natuurlijk wel in bij ruzie, intimidatie of bij andere onduidelijkheden. De wedstrijdleider kan ook de hoofdscheidsrechter inroepen om een beslissing te nemen.
- Bij onvoldoende materiaal om mat te zetten kan de wedstrijdleider ingrijpen (zonder vraag van de spelers) en de partij remise verklaren. Dit is bij koning tegen koning, maar ook koning tegen koning + paard OF loper.
- Als wedstrijdleiding bemoeien we ons niet inhoudelijk met de partijen; ook op vragen als: “Is het nu mat?” wordt geen antwoord gegeven. Anders zou men, als het nog geen mat is, een speler ‘helpen’.
- Wanneer spelers klaar zijn met hun partij roepen zij een wedstrijdleider bij het bord om de uitslag te noteren. Pas wanneer de wedstrijdleider de uitslag genoteerd heeft zetten de spelers de stukken terug in de beginstand.
- Wanneer een speler aangeeft dat het mat is, vraagt de wedstrijdleider aan de tegenstander of hij het daar mee eens is. De wedstrijdleider kijkt dus niet zelf of het mat is, maar gaat uit van wat de spelers zeggen (ongeacht of dit klopt) en schrijft de uitslag op zoals zij dit doorgeven. Er moet op gelet worden dat er geen intimidatie gebruikt wordt en dat de tegenstander voldoende tijd krijgt om te controleren of het ook echt mat is. Wanneer een speler het niet eens is met de uitslag ‘mat’, dan moet hij laten zien welke zet nog mogelijk is waarna de partij hervat kan worden.
- Wanneer een speler claimt dat het pat is, maar de ander vindt van niet dan moet laatstgenoemde aantonen dat het geen pat is. Kan hij dit niet, dan is het “pat” (ongeacht of het nu wel echt pat is).
- Als een speler niet weet hoe hij/zij mat zet, bijv. met dame en koning tegen koning of met toren en koning tegen koning, wordt er in principe niet ingegrepen.
- Aangezien er zonder klokken gespeeld zal worden, worden partijen na 25 minuten afgebroken. Gedurende de ronde wordt er ook nog kenbaar gemaakt door de hoofdscheidsrechter hoeveel minuten de ronde nog zal duren. Bij afbreken van de partij, wordt op puntentelling de uitslag bepaald.
- Dame: 9 punten
- Toren: 5 punten
- Loper/paard: 3 punten
- Pion: 1 punt
- Bij gelijk aantal punten wordt de partij remise verklaard. Echter kan het mogelijk zijn dat de wedstrijdleiding anders beslist door bijv. een mat in korte tijd of tijdens het afruilen van stukken. Dit wordt dan ook kenbaar gemaakt zodat de kinderen nog eventueel een zet(ten) kunnen spelen. Wanneer de partij niet meer mogelijk is om te winnen door één of de andere partij (door onvoldoende materiaal), is de partij ook remise verklaard ondanks een verschil in aantal punten!
Aanraken is zetten, wat inhoudt:
➢ Als een speler zijn eigen stuk aanraakt moet hij ermee zetten, als dat mogelijk is (ook al is
dat onvoordelig).
➢ Als een speler een stuk van de tegenstander aanraakt, moet hij dat stuk slaan als dat
mogelijk is (ook al is dat onvoordelig).

